Oosterse tapijten zowel voor een klassiek als modern interieur

Al sinds de mens zich kan herinneren, worden er in het Oosten en dan specifiek in Noord-Afrika, Perzië en India, tapijten geknoopt en geweven.

 

 


Over het algemeen kan men grofweg twee bevolkingsgroepen onderscheiden die tapijten knopen:
- de nomaden volkeren, die met een weefgetouw rondtrekken.
- de primitieve stammen, die men in diverse dorpen in Azië en Perzië kan vinden.
Het grootste verschil tussen de tapijten van deze volkeren zit in het type dat vervaardigd wordt. De nomaden gebruiken voornamelijk de weeftechniek (kelims) en de primitieve stammen knopen veelal, hierdoor ontstaat er als het ware een variant met pooltjes. De laatste jaren zijn echter ook in de grotere steden in het Oosten steeds meer professionele en commerciële tapijtvervaardigende bedrijven gekomen, welke echter slechts een gedeelte van de totale productie voor hun rekening nemen.

De wol voor Oosterse tapijten
Om te beginnen wordt eerst de wol geprepareerd.
• Meestal is de wol die gebruikt wordt, afkomstig uit hetzelfde land als waar het vloerkleed vervaardigd wordt. Soms gebruikt men echter wol die ergens anders vandaan komt, bijvoorbeeld voor de meer hedendaagse vloerkleden waarvoor vaak Nieuw-Zeelandse wol wordt gebruikt.
• De kwaliteit van de wol wordt bepaald door wat voor soort schaap het is, welke voeding het schaap heeft gehad en het klimaat waarin het leeft. Materiaal uit het hooggebergte in het Noorden van Iran is sterker dan dat uit het groene en vruchtbare zuiden van Iran, om maar een voorbeeld te noemen. 
• Als men de wol verkregen heeft, wordt deze gewassen zodat het ontdaan wordt van al het vuil en vet. Hierna blijft slechts 40% over van het initiële gewicht.
• Daarna wordt de wol gesponnen, dit kan zowel handmatig als machinaal gebeuren. Nomaden en primitieve stammen spinnen handmatig en door het twisten van twee draden kan men verschillende soorten garen produceren, stevig of los. Dit is dan weer afhankelijk van het soort vloerkleed dat ervan gemaakt gaat worden.
• Na het spinnen wordt de wol geverfd, dit kan op natuurlijke of synthetische wijze gebeuren.
• Na het verven is de wol eigenlijk klaar om te gebruiken en kunnen de knoopramen worden klaargemaakt, dan kan het knopen beginnen.

Werkwijze van vervaardiging
Vaak werken meerdere mensen tegelijk aan een tapijt. De tijd die nodig is om dit te knopen is onder andere afhankelijk van de afmeting, maar er zijn ook nog andere factoren die meespelen zoals het materiaal, de knoopdichtheid en het patroon.
- Soms heeft men wel 12 of meer maanden nodig om een compleet oosters tapijt te vervaardigen, bijvoorbeeld wanneer men een zijden variant moet maken, waarbij de knoopdichtheid tot wel 2 miljoen knopen per vierkante meter bedraagt.
- Na het knopen kan het worden geknipt en/of geschoren, waarbij alle pooltjes op gelijke hoogte geknipt worden waardoor het vloerkleed vlak wordt en de patronen duidelijk.
- Na het scheren wordt het vloerkleed eerst nog gewassen, voordat het wordt afgewerkt, dan wordt het nat gemaakt en geschrobd. Dit is van groot belang omdat in deze stap de uiteindelijke kleuren en de uitstraling worden bepaald. Dit proces kan een aantal keren herhaald worden tot het gewenste resultaat bereikt is.
- Daarna wordt het te drogen gelegd in de zon en hoe feller de zon is, hoe mooier het resultaat.
- Dan wordt het ‘gepencilt’, dit betekent dat de pooltjes van gelijke kleur bij elkaar gevoegd worden met een pincet. Hierdoor krijgt men scherpe contouren in het patroon. Tenslotte worden de franjes netjes afgewerkt.

Oosters vloerkleed in uw interieur
Veel mensen beschouwen het Oosters tapijt als alleen maar passend in een klassiek interieur, maar het kan zeker ook op een heel evenwichtige wijze sfeer en warmte brengen in een modern interieur. Dit ziet men ook terug in de moderne interieurbladen.